Gespreksleider
Jij zorgt dat iedereen aan de beurt komt.
"Wat denk jij?"
Samen werken
Iedereen heeft een taak, en samen maak je de opdracht af.
Leg de rolkaarten en de opdrachtkaarten klaar, maar deel ze nog niet uit.
"Vandaag werken jullie in groepjes aan een rekenopdracht. Maar eerst kijken we naar een groepje waar het niet zo goed gaat."
Groepje 3 maakt samen een rekenopdracht
Daan pakt het blad en doet alles alleen.
Iedereen praat door elkaar.
Sara zegt niets, want niemand vraagt wat zij denkt.
Na tien minuten staat er nog niets op papier.
Klik vier keer: de problemen komen een voor een in beeld. Lees ze voor.
"Steek je hand op als je dit weleens hebt meegemaakt in een groepje."
Vraag twee of drie kinderen wat er toen gebeurde. Noem geen namen van kinderen uit de klas; het gaat om het groepje op het bord.
Jij zorgt dat iedereen aan de beurt komt.
"Wat denk jij?"
Jij let op de tijd en zorgt dat jullie meteen beginnen.
"We hebben nog vijf minuten."
Jij kijkt of het antwoord echt klopt.
"Hoe weten we dat zeker?"
Jij schrijft het antwoord op en vertelt het aan de klas.
"Mag ik het zo opschrijven?"
Klik vier keer. Bij elke rol: lees voor wat die rol doet, en vraag een kind om het zinnetje hardop te zeggen.
Bij een groepje van vijf of zes komen er twee rollen bij: de Verbinder en de Rustbewaker. Die staan ook op de rolkaarten.
"Met een rol weet je wat jij moet doen. Dan hoeft niemand alles alleen te doen."
Laat steeds een ander kind naar het bord komen. Het kind sleept een kaartje naar de rol die dat zinnetje zegt. Slepen lukt niet goed op jullie bord? Tik dan op het kaartje en daarna op de rol.
Vraag bij elk kaartje: "Waarom past het bij die rol?" Klik daarna op "Kijk na".
Bij elke rol horen twee kaartjes. Duurt het te lang, doe er dan vier en klik op "Kijk na".
Je krijgt een rolkaart. Leg hem voor je op tafel, zodat iedereen hem ziet.
Lees wat jij doet en wat jij kunt zeggen.
Pak samen de opdrachtkaart en begin bij vraag 1.
Doe alleen je eigen rol, dan lukt het samen.
Maak groepjes van vier. Deel per groepje een opdrachtkaart uit: kaart A voor groep 5 en 6, kaart B voor groep 7 en 8. In een combinatieklas kun je per groepje kiezen.
Welke rol krijgt wie? Heb je een klasrapport van de Talententest, geef dan in deze eerste ronde ieder kind de rol die past bij het sterkste talent van dat kind:
Verbinder en Rustbewaker zijn de extra rollen voor een groepje van vijf of zes. In een groepje van vier geef je Verbinders en Rotsen een van de vier gewone rollen.
Heb je een sociogram gedaan? Zet dan kinderen bij elkaar die nog niet vaak samenwerken, en zorg dat een kind dat weinig gekozen wordt een rol krijgt waarin het iets bijdraagt, bijvoorbeeld Controleur.
Rekenen
Groep 5 gaat met de bus naar de kinderboerderij. Hoeveel kost het, en hoe laat zijn jullie er?
Groep 8 gaat naar een pretpark. Is er genoeg geld in de klassenpot?
Klik op "Start de klok" als alle groepjes hun kaarten hebben.
Loop rond en kijk vooral naar de rollen, niet naar de sommen. Benoem wat je ziet: "Goed zo, jij vraagt wat Sara denkt. Dat is precies wat een gespreksleider doet."
Doet iemand het werk van een ander? Wijs dan op de rolkaart: "Wie is bij jullie de verslaggever?"
De antwoorden staan op de docentkaart en op de dia na de volgende.
De verslaggever van dat groepje vertelt hoe het groepje vraag 4 heeft opgelost.
Zet het aantal groepjes goed met de knoppen min en plus. Trek dan een groepje.
Laat twee of drie verslaggevers vertellen. Vraag daarna aan de controleur van dat groepje: "Hoe wisten jullie zeker dat het klopte?"
Klik per antwoord. Eerst de vier antwoorden van kaart A, daarna die van kaart B.
Hebben de groepjes alles al besproken bij het vertellen? Gebruik dan "Rest overslaan".
Noem de rollen een voor een en tel de handen. Tik het aantal in met plus en min.
"Wat maakte die rol lastig? Wat zou de volgende keer helpen?"
Vonden veel kinderen de gespreksleider lastig? Oefen dan samen het zinnetje: "Wacht even, ik wil ook horen wat … denkt."
Probeer een rol die je nog niet hebt gehad. Zo leer je iets nieuws.
Mijn rol was …
Dit lukte goed: …
Volgende keer probeer ik de rol …
Deel de exitkaartjes uit en laat ze in twee minuten invullen. Haal ze op bij de deur.
Gebruik de kaartjes bij de volgende groepsopdracht: geef ieder kind de rol die het zelf wil proberen. Bewaar de rolkaarten in een envelop per groepje.