Voor leerkrachten · 8 minuten lezen

De gouden weken in groep 5 t/m 8: begin bij talenten.

De eerste weken bepalen hoe je groep het hele jaar met elkaar omgaat. Dit is een manier om die weken te gebruiken zonder een stapel extra werkvormen: laat kinderen eerst benoemen waar ze goed in zijn, en bouw je afspraken daarop.

Twee kinderen bekijken samen een kaart met de zes talentgebieden

Waarom de eerste weken zwaarder wegen dan de rest

In de eerste weken van het schooljaar zoekt elke groep opnieuw uit hoe het werkt. Wie neemt het woord, wie doet mee, wie wordt gehoord en wat gebeurt er als iemand een fout maakt. Die patronen zetten zich snel vast en zijn in november lastiger te veranderen dan in september.

Veel leerkrachten vullen die weken met kennismakingsspelletjes. Die werken prima om de sfeer los te maken, maar ze leveren zelden informatie op waar je in januari nog iets aan hebt. Een gesprek over talenten doet dat wel: je hoort waar kinderen energie van krijgen, wat ze durven en welke rol ze in een groepje willen pakken.

Dat is geen extra project bovenop je jaarplanning. Het is een andere invulling van tijd die je toch al besteedt aan groepsvorming.

Wat je erover leert als groep

Je ziet welke kinderen elkaar aanvullen, welke rollen dubbel bezet zijn en wie zichzelf nog nergens in herkent. Dat helpt bij het maken van groepjes, het verdelen van taken en het verdelen van je eigen aandacht.

Wat een kind eraan heeft

Kinderen die woorden hebben voor wat ze kunnen, durven eerder iets nieuws te proberen. Ze kunnen ook beter uitleggen wat ze nodig hebben als iets niet lukt, en dat scheelt jou raadwerk.

Een les van 45 minuten die je meteen kunt geven

Deze opzet werkt in groep 5 tot en met 8. Je hebt er niets bijzonders voor nodig behalve een kring en papier.

1. Start met een voorbeeld van jezelf (5 minuten)

Vertel waar jij goed in bent en waar je juist moeite mee hebt. Kinderen praten pas eerlijk over hun eigen sterke kanten als ze merken dat het geen opschepwedstrijd is. Een leerkracht die zegt dat hij slecht is in opruimen, geeft daar direct toestemming voor.

2. Laat ieder kind de test doen (10 minuten)

De talententest voor groep 5 t/m 8 duurt ongeveer tien minuten en levert per kind een talentenkaart op met een uitslag in kindertaal. Kinderen vullen zelf in, zonder account.

3. Vraag door in tweetallen (10 minuten)

Laat kinderen hun uitslag aan elkaar uitleggen met drie vragen: klopt dit, wanneer merk je dat, en wat zou je willen leren? Het gesprek is belangrijker dan de uitslag.

4. Maak de groep zichtbaar (10 minuten)

Hang de zes talentgebieden op in het lokaal en laat kinderen bij hun eigen gebied gaan staan. Meestal zie je meteen dat sommige gebieden vol staan en andere leeg zijn. Dat levert een goed gesprek op over wat er in de klas nog te weinig gebeurt.

5. Eindig met één afspraak (10 minuten)

Laat elk kind opschrijven waar het dit jaar in wil groeien, in één zin en met een voorbeeld. "Ik wil vaker iets durven zeggen in de kring" is bruikbaar. "Ik wil aardiger zijn" is dat niet.

Vragen die het gesprek verder brengen

Kinderen antwoorden op "waar ben je goed in?" bijna altijd met een schoolvak of een sport. Deze vragen leveren meer op:

  • Wat doe je zonder dat iemand het je hoeft te vragen?
  • Waar komen anderen bij jou voor?
  • Waar ben je zo in bezig dat je de tijd vergeet?
  • Wat vond je vorig jaar moeilijk en kun je nu wel?
  • Wat zou je willen kunnen als het vanzelf ging?

Krijg je een kort antwoord, wacht dan even. Een stilte van een paar tellen levert vaker een vervolg op dan een nieuwe vraag.

Wat je beter niet doet

  • De uitslag als etiket gebruiken. Een talentenkaart is een startpunt voor een gesprek, geen omschrijving van wie een kind is.
  • Uitslagen naast elkaar leggen. Zodra kinderen gaan vergelijken, verdwijnt de veiligheid uit het gesprek.
  • Alles in één les proppen. Twee keer een half uur werkt beter dan één keer een middag.
  • Er daarna nooit meer op terugkomen. Zonder herhaling is het een leuke les geweest en verder niets.

Hoe je er de rest van het jaar iets aan hebt

Het verschil tussen een leuke week en een goed schooljaar zit in de herhaling. Drie momenten zijn genoeg.

  • Bij het maken van groepjes: benoem hardop waarom je deze kinderen bij elkaar zet.
  • Rond de herfstvakantie: pak de zin op die elk kind heeft opgeschreven en vraag hoe het ermee staat.
  • Voor de oudergesprekken: gebruik de talentenkaart als opening, zodat je niet met een cijfer begint.

Werk je met de hele klas en wil je in één overzicht zien hoe de talenten verdeeld zijn? Met een klasrapport zie je per groep welke gebieden sterk vertegenwoordigd zijn en welke nauwelijks voorkomen.

Veelgestelde vragen

Vanaf welke groep werkt dit?

Vanaf groep 5. Jongere kinderen kunnen de vragen wel beantwoorden, maar het gesprek erna vraagt een niveau van zelfreflectie dat meestal rond groep 5 op gang komt.

Moeten kinderen een account maken?

Nee. Kinderen vullen de test in zonder registratie en zonder dat er gegevens worden bewaard. Alleen leerkrachten kunnen een account maken om klasrapporten en materialen te bewaren.

Wat doe ik met een kind dat zich in niets herkent?

Dat komt voor en het is meestal geen probleem met de test. Vraag dan naar één concrete situatie waarin iets wel lukte, en werk van daaruit terug. Soms is een kind gewoon nog niet gewend om over zichzelf te praten.

Hoeveel tijd kost dit in totaal?

Eén les van 45 minuten om te starten, en daarna drie korte momenten verspreid over het jaar.

Begin het schooljaar met de talententest

De test duurt ongeveer tien minuten, is gratis en levert elk kind een talentenkaart op in kindertaal. Ben je leerkracht en wil je de hele groep in één overzicht zien, start dan met een klasrapport.

Start de talententest