Rapportteksten schrijven die ouders begrijpen
Een vaste opbouw met voorbeelden voor persoonlijke rapportteksten die ouders begrijpen.
Werkvormen, gesprekken en achtergrond voor leerkrachten en ouders van kinderen in groep 5 t/m 8. Kort, concreet en meteen bruikbaar.
Een vaste opbouw met voorbeelden voor persoonlijke rapportteksten die ouders begrijpen.
Hoe je gedrag beschrijft in plaats van beoordeelt, de functie erachter achterhaalt, en het omzet in een onderwijsbehoefte waarmee je morgen iets kunt.
Welke signalen je in de klas kunt zien, waarom sommige kinderen zich aanpassen en hoe je het gesprek met hen voert.
Veertig onderwerpen gegroepeerd naar het talent van het kind, een opbouw die werkt, en wat je doet met kinderen die niet voor de klas durven.
Welke informatie je vóór de doorstroomtoets verzamelt, hoe je het advies opschrijft en hoe je met ouders bespreekt wat een kind nodig heeft.
Wat je vooraf verzamelt, welke vier vragen het gesprek sturen en hoe je afspraken vastlegt die de volgende bespreking overleven. Met een tijdsindeling van acht minuten per kind.
Welke rollen er naast de hoofdrol zijn, hoe je ze verdeelt op wat kinderen kunnen, hoe je de stille kinderen een echte plek geeft en hoe je de verdeling uitlegt aan ouders.
Vier vaste vragen, wat er op het formulier hoort en een rooster waarmee je de hele klas in drie weken spreekt zonder dat je les eronder lijdt.
De eerste weken bepalen hoe je groep het hele jaar met elkaar omgaat. Een werkvorm van 45 minuten, vragen die verder komen dan "waar ben je goed in?" en afspraken die het jaar meegaan.
Niet beginnen, de instructie kwijt, spullen kwijt: waar je executieve functies aan herkent in groep 5 t/m 8, wat per groep normaal is, hoe je het verschil ziet met onwil en hoe je het in kaart brengt.
Forming, storming, norming, performing en adjourning, vertaald naar groep 5 t/m 8. Waar je elke fase aan herkent, welke activiteiten passen en waarom botsen in oktober geen mislukking is.
Vraag een kind waar het goed in is en je krijgt een schoolvak terug. Zes plekken waar een talent zich verstopt, vragen die verder komen en wat je doet met een kind dat zegt nergens goed in te zijn.
Je voelt aan hoe je groep in elkaar zit, maar niet alles is zichtbaar. Uitleg, een voorbeeld met zes kinderen, vijf stappen van vraag tot actie en waarom je nooit vraagt wie een kind niet wil.
De twee vragen die je stelt, hoe je ze introduceert bij de klas, een printbaar invulblad en hoe je de antwoorden omzet in drie lijstjes waar je maandag iets aan hebt.
Tien minuten per ouder, en waar je mee opent bepaalt de rest. Een opzet die het gesprek opent, met de zin waarmee je een zorg brengt zonder dat het dichtslaat.
"Een gezellige maar drukke groep" helpt niemand verder. Hoe je het groepsbeeld concreet maakt, groepjes indeelt met een reden en het meeneemt in de overdracht.
De talententest voor groep 5 t/m 8 duurt ongeveer tien minuten, is gratis en geeft elk kind een talentenkaart in kindertaal. Leerkrachten kunnen de hele groep in één klasrapport bekijken.
Start de talententest