Voor leerkrachten · 7 minuten lezen

Talenten ontdekken bij kinderen in groep 5 t/m 8.

Vraag een kind waar het goed in is en je krijgt bijna altijd een schoolvak of een sport terug. Dat is jammer, want de meeste talenten zitten ergens anders. Dit artikel gaat over waar je dan wel moet kijken.

Waarom kinderen zichzelf onderschatten

Op de basisschool wordt bijna alles wat een kind kan uitgedrukt in een niveau. Rekenen gaat goed of niet, spelling is een II of een IV, en begrijpend lezen heeft een streefdoel. Kinderen leren daardoor dat "waar ben je goed in?" een vraag over vakken is.

Ondertussen doen ze op een dag tientallen dingen waar geen toets voor bestaat. Een kind dat altijd merkt wanneer iemand buiten de groep valt, doet iets moeilijks. Een kind dat een ruzie op het plein oplost zonder dat jij eraan te pas komt, ook. Maar omdat er geen cijfer bij hoort, telt het voor dat kind niet mee.

Talenten ontdekken begint dus niet bij testen, maar bij benoemen. Zodra een kind hoort dat iets wat het vanzelf doet een naam heeft, verandert het beeld dat het van zichzelf heeft.

Kijken naar wat vanzelf gaat

Een talent is meestal onzichtbaar voor het kind zelf, omdat het geen moeite kost. Precies daarom moet iemand anders het aanwijzen. Dat is jouw rol.

Kijken naar energie

Let op wanneer een kind opveert. Niet wanneer het iets goed doet, maar wanneer het na afloop meer energie heeft dan ervoor. Daar zit vaker een talent dan in een hoge score.

Zes plekken waar een talent zich verstopt

Deze momenten leveren in de praktijk het meeste op. Ze kosten geen extra lestijd, want ze gebeuren toch al.

1. De overgangen

Het kwartier tussen twee lessen, het opruimen, de gang naar de gymzaal. Daar kiezen kinderen zelf wat ze doen, en dat zegt meer dan een werkles.

2. Het samenwerken dat misgaat

Kijk niet naar het groepje dat vlot klaar is, maar naar het groepje dat vastloopt. Wie probeert het weer op gang te brengen, en hoe?

3. De vragen die een kind stelt

Een kind dat blijft doorvragen als het antwoord al gegeven is, is niet lastig. Het wil begrijpen hoe iets werkt, en dat is een talentgebied op zich.

4. Wat een kind buiten school doet

Verzamelingen, filmpjes maken, voor een huisdier zorgen, een keet bouwen. Vraag ernaar en luister naar het deel waar het kind uit zichzelf lang over praat.

5. Waar anderen naartoe lopen

Kinderen weten haarfijn bij wie ze moeten zijn om iets uitgelegd te krijgen, geholpen te worden of te lachen. Volg die looplijnen een week en je ziet de rollen in je groep.

6. Wat vorig jaar nog niet lukte

Groei is een talentsignaal. Een kind dat vorig jaar niet in de kring durfde te praten en het nu wel doet, heeft iets geleerd dat het zelf niet meer opmerkt.

Vragen die verder komen dan een schoolvak

"Waar ben je goed in?" is een slechte openingsvraag. Deze werken beter, en ze werken ook in een gesprekje van twee minuten:

  • Wat doe je zonder dat iemand het je hoeft te vragen?
  • Waar komen anderen bij jou voor?
  • Wanneer vergat je laatst hoe laat het was?
  • Wat vond je vorig jaar moeilijk en kun je nu wel?
  • Wat zou je willen kunnen als het vanzelf ging?
  • Waar word je moe van, ook als je het goed kunt?

Die laatste vraag is de nuttigste en wordt bijna nooit gesteld. Iets goed kunnen en er energie van krijgen zijn twee verschillende dingen, en kinderen die dat verschil leren zien, kiezen later beter.

Krijg je een kort antwoord, wacht dan even. Een stilte van drie tellen levert vaker een vervolg op dan een nieuwe vraag.

Van losse observaties naar een groepsbeeld

Losse observaties werken goed voor één kind, maar je hebt er dertig. Op een gegeven moment wil je weten hoe het over de hele groep verdeeld is, zonder dat je een half jaar aan het kijken bent.

Daar is de talententest voor groep 5 t/m 8 voor gemaakt. Kinderen vullen in ongeveer tien minuten 24 korte zinnen in en krijgen daarna hun eigen talentenkaart, met een held-profiel bij hun sterkste gebied. Jij ziet in het klasrapport hoe de zes talentgebieden over je groep verdeeld zijn.

Wat daar meestal uit komt, is niet de uitslag van een individueel kind, maar het gat: één gebied waar bijna niemand bij hoort. Dat is bruikbare informatie, want het vertelt je welk soort activiteiten er in jouw klas te weinig gebeuren.

Wat je beter niet doet

  • Een talent als vaststaand behandelen. "Jij bent onze kunstenaar" voelt aardig, maar zet een kind vast in één hoek.
  • Alleen benoemen wat goed uitkomt. Een kind dat de klas aan het lachen maakt op verkeerde momenten heeft ook een talent, alleen nog op de verkeerde plek.
  • Talenten vergelijken. Zodra kinderen uitslagen naast elkaar leggen, verdwijnt de veiligheid uit het gesprek.
  • Het bij één keer laten. Zonder herhaling is het een leuke les geweest en verder niets.

Veelgestelde vragen

Wat doe ik met een kind dat zegt nergens goed in te zijn?

Vraag niet door op het talent, maar naar één concrete situatie waarin iets wel lukte. Werk van daaruit terug: wat deed je toen precies? Kinderen die zichzelf laag inschatten, kunnen vaak wel een moment noemen, ook al noemen ze er geen kwaliteit bij.

Vanaf welke leeftijd kun je hierover praten?

Vanaf ongeveer groep 5. Jongere kinderen kunnen de vragen wel beantwoorden, maar het gesprek erna vraagt een vorm van zelfreflectie die meestal rond die leeftijd op gang komt.

Is een talent hetzelfde als een sterke kant?

Niet helemaal. Een sterke kant is iets wat goed gaat. Een talent is iets wat goed gaat, weinig moeite kost en energie oplevert. Die drie vallen niet altijd samen, en dat verschil is het bespreken waard.

Hoeveel tijd kost dit?

Het kijken kost geen extra tijd, want die momenten zijn er toch. Voor het gesprek reken je op één les, en daarna op drie korte momenten verspreid over het jaar.

Zie in één les hoe je groep in elkaar zit

De talententest voor groep 5 t/m 8 duurt ongeveer tien minuten, is gratis en geeft elk kind een talentenkaart in kindertaal. Als leerkracht bekijk je de hele groep in één klasrapport.

Start de talententest