Voor leerkrachten · 9 minuten lezen
Gedragsproblemen in de klas: van gedrag naar onderwijsbehoefte
Een kind dat de les verstoort, vraagt om een reactie. De reactie die het snelst voorhanden is, werkt meestal het kortst. Wat wel helpt, begint met een saaie stap: opschrijven wat er precies gebeurt, wanneer, en wat eraan voorafgaat.
Beschrijven in plaats van beoordelen
'Hij is brutaal' is een oordeel. 'Hij reageert hardop op wat ik zeg, bij instructies die langer dan twee minuten duren, meestal na de pauze' is een beschrijving. Alleen met het tweede kun je iets.
Het verschil is niet alleen taalkundig. Een oordeel plaatst de oorzaak in het kind en sluit het gesprek af. Een beschrijving legt een patroon bloot en opent de vraag wat er in die situatie anders kan.
Begin daarom met een week noteren. Drie kolommen: wat gebeurde er vlak ervoor, wat deed het kind, wat gebeurde er daarna. Dat is tien seconden werk per voorval en het levert binnen vijf dagen bijna altijd een patroon op.
De functie achter het gedrag
Gedrag dat blijft terugkomen, levert het kind iets op. Vaak niet bewust, en meestal een van deze vier.
- Aandacht. Negatieve aandacht is ook aandacht, en voor een kind dat weinig positieve aandacht krijgt, is het de betrouwbaarste soort.
- Ontsnappen. Wie de klas uit wordt gestuurd, hoeft de taal-opdracht niet te maken. Bij een kind dat de stof niet aankan, is wegsturen geen straf maar een beloning.
- Controle. Een kind dat weinig grip heeft op wat er thuis of op school gebeurt, pakt die grip waar het kan.
- Prikkels. Te veel of juist te weinig. Het kind dat na de pauze ontploft, en het kind dat tijdens een lange stille werkperiode gaat bewegen, hebben hetzelfde probleem van verschillende kanten.
De functie bepaalt de aanpak volledig. Bij aandacht helpt vooraf aandacht geven in plaats van erna; bij ontsnappen helpt het verlagen van de drempel van de taak; bij controle helpt keuzes geven; bij prikkels helpt de omgeving aanpassen. Een aanpak die de verkeerde functie bedient, maakt het gedrag erger, niet minder.
Van beschrijving naar onderwijsbehoefte
Een onderwijsbehoefte is één zin die zegt wat dit kind van jou nodig heeft om mee te kunnen doen. De vorm is simpel: 'Deze leerling heeft ... nodig om ...'.
Het gaat mis zodra de zin een eigenschap van het kind beschrijft in plaats van iets wat jij doet. 'Heeft meer motivatie nodig' is geen onderwijsbehoefte, want daar kun jij morgen niets mee.
- Wel: 'Heeft een korte instructie van maximaal twee minuten nodig, met de stappen zichtbaar op het bord, om aan het werk te kunnen blijven.'
- Wel: 'Heeft een vaste taak bij binnenkomst na de pauze nodig om zonder conflict de les in te komen.'
- Wel: 'Heeft een aangekondigd moment van positieve aandacht aan het begin van de les nodig, zodat hij die niet hoeft op te zoeken tijdens de instructie.'
- Niet: 'Heeft meer structuur nodig.' Dat is waar en het zegt niemand wat hij moet doen.
Toets elke behoefte aan één vraag: kan een invaller hier morgen mee uit de voeten? Is het antwoord nee, dan is hij nog te vaag.
Kijk ook naar wat wel werkt
Het klasrapport van Talententest laat zien waar een kind sterk in zit. Bij gedrag is dat vaak het aanknopingspunt dat in het probleem zelf niet te vinden is.
Bekijk het klasrapport
Wat in de klas het meeste oplevert
Aandacht vooraf in plaats van erna
Dertig seconden bij binnenkomst, over iets dat niets met school te maken heeft. Voor een kind dat aandacht zoekt, is dit de goedkoopste interventie die er is, en het werkt vaak binnen twee weken.
De taak kleiner maken
Bij ontsnappingsgedrag: niet minder werk, maar een kleinere eerste stap. Vijf sommen op een blad in plaats van dertig, en de rest komt later.
Keuzes geven binnen jouw kader
Begin je met opdracht 3 of met opdracht 5, schrijf je het of typ je het. Twee opties die jou beide uitkomen, geven het kind de controle waar het naar zocht.
Corrigeren zonder publiek
Een correctie waar de klas bij is, dwingt een kind om zijn gezicht te redden. Loop erheen, zeg het kort en zacht, en loop door zonder een reactie af te wachten.
Herstel in plaats van straf
Wat er ook gebeurd is, de volgende les begint schoon. Een kind dat merkt dat het iets goed kan maken, zoekt de grens minder vaak op dan een kind dat toch al een reputatie heeft.
Wanneer het groter is dan jouw klas
Schakel de intern begeleider in als het gedrag ook bij andere leerkrachten voorkomt, als het in zes weken niet verandert ondanks een consequente aanpak, of als er sprake is van onveiligheid voor het kind zelf of voor anderen.
Neem naar dat gesprek je aantekeningen mee en niet je conclusies. Twee weken observaties in drie kolommen zijn meer waard dan het beste samengevatte verhaal, en ze maken het gesprek met ouders daarna ook een stuk makkelijker.
Bereid dat oudergesprek voor zoals je een gewoon oudergesprek voorbereidt: begin bij wat goed gaat, en kom met een beschrijving in plaats van met een oordeel.
Veelgestelde vragen
Wat is een onderwijsbehoefte?
Eén concrete zin over wat een leerling van de leerkracht nodig heeft om mee te kunnen doen. Hij beschrijft iets wat jij doet, niet iets wat het kind mist, en is zo geformuleerd dat een invaller er morgen mee uit de voeten kan.
Wat doe je met een kind dat de les blijft verstoren?
Eerst een week noteren wat eraan voorafgaat en wat erop volgt, daarna bepalen welke functie het gedrag heeft. Een aanpak die de verkeerde functie bedient, versterkt het gedrag. Pas als het patroon duidelijk is, kies je een interventie.
Helpt belonen bij gedragsproblemen?
Bij aandachtgericht gedrag werkt aandacht vooraf beter dan een beloning achteraf. Een beloningssysteem werkt kort en verliest snel zijn waarde, zeker als het voor de hele klas zichtbaar is.
Wanneer schakel je de intern begeleider in?
Als het gedrag ook bij collega's speelt, als het na zes weken consequente aanpak niet verandert, of als de veiligheid in het geding is. Neem je observaties mee, niet je interpretatie.
Hoe praat je met ouders over gedrag zonder dat het een verwijt wordt?
Beschrijf wat je ziet in plaats van wat je ervan vindt, begin bij wat goed gaat, en vraag wat zij thuis zien. Ouders die het gevoel hebben dat hun kind wordt neergezet, gaan verdedigen; ouders die een beschrijving horen, gaan meedenken.
Begin bij wat een kind wel kan
Achter lastig gedrag zit vrijwel altijd een kind dat ergens goed in is. De talententest legt dat vast in taal die je in een gesprek met ouders en collega's kunt gebruiken.
Bekijk de talententest