Voor leerkrachten · 8 minuten lezen
De fases van groepsvorming in de klas: wat je per fase doet.
In week twee is het rustig en beleefd. In week zes ruzie over wie waar zit en of het wel eerlijk gaat. Dat is geen terugval, dat is de tweede fase van groepsvorming. Hieronder staan de vijf fases, waar je ze aan herkent in groep 5 t/m 8, en welke activiteiten er per fase wel en niet werken.
Waar het model vandaan komt
De fases van groepsvorming zijn in 1965 beschreven door Bruce Tuckman: forming, storming, norming en performing. Later kwam adjourning erbij, de fase van afscheid nemen. Tuckman keek naar teams op het werk en niet naar klassen, en toch herken je er een lokaal in groep 6 in terug.
Het bruikbare eraan zit hem in de geruststelling. Een groep die botst is geen mislukte groep. Een groep die in november nog steeds beleefd is tegen elkaar, is dat vaak wel.
Fase 1: forming, het aftasten
De eerste twee tot drie weken. Kinderen zijn voorzichtig, ze zoeken bekende gezichten op en niemand neemt echt positie in. Jij bent op dat moment het middelpunt: alles loopt via jou.
Waar je het aan herkent: weinig conflict, veel vragen aan jou, groepjes die precies overeenkomen met vorig jaar, en kinderen die in de pauze langs de zijkant lopen.
Wat werkt in deze fase
Werkvormen waarin kinderen iets van elkaar te weten komen dat ze nog niet wisten. Niet nog een keer je favoriete kleur, maar iets waar ze zelf verbaasd over zijn. De talentenwerkvorm voor de gouden weken doet dat, doordat kinderen elkaar op iets concreets zien.
Wat niet werkt: nu al afspraken maken over hoe jullie met elkaar omgaan. Daar is nog niets gebeurd waar die afspraken over gaan, dus het blijven woorden op een poster.
Fase 2: storming, het botsen
Meestal vanaf eind september. De beleefdheid is eraf, er ontstaan rollen en er wordt gebotst: over wie bepaalt, over wat eerlijk is, over wie erbij hoort. Dit is de fase waarin de meeste leerkrachten denken dat ze iets fout doen.
Dat is niet zo. Dit is de fase waarin de groep uitzoekt hoe het hier werkt. Een groep die dit overslaat, heeft meestal niet minder conflict maar alleen minder zichtbaar conflict.
Waar je het aan herkent: discussie over regels, kinderen die testen hoe ver ze kunnen gaan, groepjes die zich sluiten, en de eerste kinderen die je niet meer terugziet in de keuzes van anderen.
Wat werkt in deze fase
Dit is het moment om te meten in plaats van te gissen. Een sociogram afnemen kost twintig minuten en laat zien wie er buiten valt. Meestal staat er minstens één naam op die je niet had verwacht.
Verder: gesprekken over concrete situaties in plaats van over gedrag in het algemeen. Vraag dus wat er gisteren gebeurde bij het kiezen van groepjes, en niet hoe we met elkaar omgaan.
Wat niet werkt: het conflict wegpoetsen. Als je elke botsing meteen oplost, leert de groep dat jij dat doet en niet zij.
Fase 3: norming, de afspraken
Ergens tussen november en januari zakt het. Er ontstaan gewoontes, kinderen corrigeren elkaar zonder jou, en de afspraken die nu gemaakt worden houden wel stand.
Waar je het aan herkent: kinderen lossen kleine dingen zelf op, groepjes wisselen makkelijker, en er is ruimte voor humor die niet ten koste van iemand gaat.
Wat werkt in deze fase
Rollen en verantwoordelijkheden verdelen, en die laten rouleren. Dit is ook de fase waarin een groepsplan op basis van talenten iets oplevert: je kunt kinderen nu op hun sterke kant inzetten zonder dat het als voortrekken voelt.
Wat niet werkt: alles vastleggen. Een groep die net zelf iets regelt, heeft geen nieuwe regel nodig.
Fase 4: performing, het werkt
Niet elke klas komt hier, en dat is geen ramp. In deze fase werkt de groep zelfstandig, verschillen worden gebruikt in plaats van weggepoetst, en jij kunt je met de inhoud bezighouden in plaats van met de sfeer.
Waar je het aan herkent: je maakt willekeurige groepjes en er wordt niet gezucht. Kinderen vragen elkaar om hulp voordat ze het aan jou vragen.
Wat werkt in deze fase
Langere samenwerkopdrachten, kinderen die elkaar iets leren, en groepjes die je niet zelf indeelt. Houd wel in de gaten wie er stil blijft: in een goed lopende groep valt een kind dat buiten de boot valt minder op.
Fase 5: adjourning, het afscheid
De laatste weken van het schooljaar, en in groep 8 het einde van acht jaar samen. Er komt onrust terug die op storming lijkt maar het niet is: kinderen nemen alvast afstand omdat het toch ophoudt.
Wat helpt: het afscheid benoemen en er iets voor maken. Terugkijken op wat de groep dit jaar heeft geleerd, wie waarin gegroeid is, en dat hardop zeggen. Kinderen onthouden die zin langer dan je denkt.
Waarom je groep terugvalt naar een eerdere fase
Groepsvorming loopt niet netjes van fase 1 naar fase 5. Elke verandering zet de groep een stap terug: een nieuwe leerling, een lange vakantie, een invaller voor drie weken, of twee kinderen die uit elkaar gaan als vrienden.
Dat is normaal en het gaat sneller de tweede keer. Wat je erbij moet doen, is de fase opnieuw bepalen in plaats van doorgaan waar je gebleven was. Een klas die na de kerstvakantie weer aftast, heeft in januari fase-1-activiteiten nodig, geen samenwerkopdracht van drie weken.
Weten wie er in jouw groep buiten valt?
Het gratis sociogram laat de klas twee vragen beantwoorden en geeft je drie lijstjes terug: wie vaak genoemd wordt, welke keuzes wederzijds zijn en wie nergens voorkomt. Klassikaal af te nemen in twintig minuten.
Zo neem je een sociogram af
Veelgestelde vragen
Wat zijn de fases van groepsvorming?
Forming, storming, norming, performing en adjourning, beschreven door Bruce Tuckman in 1965. In de klas: aftasten, botsen, afspreken, samenwerken en afscheid nemen. Een groep doorloopt ze niet netjes op volgorde en valt na elke verandering terug naar een eerdere fase.
Hoe lang duurt elke fase in een klas?
Forming meestal twee tot drie weken, storming vaak van eind september tot de kerstvakantie, norming daarna. Performing haalt niet elke groep. Na een lange vakantie, een nieuwe leerling of een wisseling van leerkracht begint het deels opnieuw.
Is de stormingfase erg?
Nee, en overslaan kan niet. Een groep die nooit botst, heeft meestal geen afspraken gemaakt maar alleen ingeslikt wat er niet werd gezegd. Dan komt het er in februari alsnog uit, en dan is het moeilijker te herleiden.
Welke activiteiten passen bij groepsvorming?
Per fase iets anders. In de eerste weken werkvormen waarin kinderen iets van elkaar te weten komen, in de tweede fase gesprekken over hoe jullie met elkaar omgaan, daarna samenwerkopdrachten waarin de rollen wisselen. Dezelfde activiteit in de verkeerde fase doet weinig.
Hoe zie ik in welke fase mijn groep zit?
Kijk naar de pauze en naar het moment dat je groepjes maakt. In de eerste fase is het stil en beleefd, in de tweede hoor je discussie over wat eerlijk is, in de derde regelen kinderen het onderling. Een sociogram maakt dat beeld concreter.
Beginnen bij wat kinderen kunnen
Groepsvorming gaat sneller als kinderen elkaar op iets concreets leren kennen. De talententest brengt in één les in beeld waar elk kind sterk in is, met een rapport voor de hele groep.
Bekijk de talententest