Voor leerkrachten · 9 minuten lezen
De leerlingbespreking voorbereiden: van invullijst naar een gesprek dat iets oplevert
Twee uur, achttien kinderen, en aan het eind een lijst met afspraken waar in februari niemand meer naar kijkt. Zo verloopt de leerlingbespreking op veel scholen. Dat ligt zelden aan de deelnemers en bijna altijd aan de voorbereiding: er ligt te veel informatie op tafel en te weinig richting.
Waarom een bespreking vaak weinig oplevert
Het meest voorkomende probleem is dat het gesprek over de gegevens gaat in plaats van over het kind. De toetsuitslagen worden voorgelezen, iedereen knikt, en de volgende leerling komt aan de beurt. Voorlezen wat iedereen kan nalezen kost tijd en levert niets op.
Het tweede probleem is dat er geen keuze wordt gemaakt. Achttien kinderen in twee uur betekent gemiddeld zeven minuten per kind, en dan is er geen ruimte voor de drie kinderen waar het echt over moet gaan. Die krijgen dan evenveel tijd als de rest.
Het derde probleem is dat afspraken te vaag zijn om terug te vinden. 'We houden hem in de gaten' is geen afspraak. 'Juf Marleen kijkt over drie weken of hij zelfstandig start bij rekenen' wel.
Wat je vooraf verzamelt
Beperk je tot drie soorten informatie, en zet ze op één blad per kind. Meer dan één blad betekent dat er tijdens de bespreking gebladerd wordt, en bladeren kost tijd.
1. De harde gegevens
Toetsuitslagen van de laatste periode, de trend ten opzichte van vorig jaar en het aantal keer absent. Geen hele grafieken, alleen de richting: omhoog, gelijk of omlaag.
2. Jouw observaties
Wat je ziet bij het starten, het volhouden, de samenwerking en het welbevinden. Noteer per kind twee zinnen, en schrijf ze op in gedrag dat iemand anders zou kunnen zien. 'Kijkt eerst drie keer om zich heen voordat hij begint' is bruikbaar, 'ongemotiveerd' niet.
3. Wat het kind zelf zegt
Dit is het stuk dat het vaakst ontbreekt en het meeste oplevert. Een kort kindgesprek van vijf minuten in de weken voor de bespreking geeft je informatie die uit geen enkele toets komt: waar het kind zelf tegenaan loopt en wat het denkt nodig te hebben.
De vier vragen die het gesprek sturen
Loop bij elk kind deze vier vragen af, in deze volgorde. Ze duren samen ongeveer acht minuten en ze zorgen dat je bij een besluit uitkomt in plaats van bij een constatering.
- Wat gaat er goed? Begin hier, altijd. Niet om aardig te zijn, maar omdat de sterke kant meestal het aangrijpingspunt is voor de aanpak.
- Wat is de zorg, in gedrag beschreven? Eén zorg per kind. Zijn het er drie, kies dan de zorg waarvan de andere twee waarschijnlijk een gevolg zijn.
- Wat hebben we al geprobeerd en wat gebeurde er toen? Deze vraag voorkomt dat je voor de derde keer dezelfde aanpak afspreekt.
- Wie doet wat, en wanneer kijken we terug? Eén actie, één naam, één datum.
Kom je bij vraag vier niet tot een naam en een datum, dan is het gesprek nog niet af. Meestal betekent het dat de zorg bij vraag twee te breed is geformuleerd.
De tijd verdelen
Verdeel de kinderen vooraf in drie groepen en zeg dat ook aan het begin van de bespreking. Dat voorkomt dat de eerste zes kinderen alle tijd opsouperen.
- Kort, één minuut: kinderen bij wie het loopt. Je noemt de naam, zegt dat het goed gaat en gaat door. Dit is ongeveer twee derde van de klas.
- Normaal, vijf minuten: kinderen met één duidelijk punt. De vier vragen, kort.
- Uitgebreid, vijftien minuten: hooguit drie kinderen per bespreking. Hier komt de tijd vandaan die je bij de eerste groep hebt bespaard.
Zet een timer. Dat voelt ongemakkelijk bij een gesprek over kinderen, maar zonder timer krijgt het kind waar het echt over moet gaan de tijd niet die het nodig heeft.
Zie je in één overzicht waar je klas staat?
Het klasrapport van Talententest bundelt per kind de talenten en de werkhouding tot één beeld, zodat je bij de bespreking niet hoeft te bladeren.
Bekijk het klasrapport
Afspraken die de volgende bespreking overleven
Een afspraak bestaat uit vier delen: wat er gebeurt, wie het doet, hoe vaak, en wanneer je kijkt of het werkt. Ontbreekt er één, dan is het een voornemen.
Schrijf de afspraak tijdens de bespreking op en lees hem hardop terug. Dat kost tien seconden en haalt de helft van de misverstanden weg. Zet hem daarna op de plek waar je in de volgende bespreking als eerste kijkt, niet in een apart document dat niemand terugvindt.
Begin de volgende bespreking met de afspraken van de vorige keer. Dat is meteen de beste manier om te zien of jullie vorige keer echt iets hebben besloten.
Wat je met ouders deelt
Ouders hoeven niet te horen wat er in de bespreking is gezegd, maar wel wat er is afgesproken. Een kind waarover iets is besloten, verdient een ouder die dat weet.
Houd het bij de afspraak en de reden, in twee of drie zinnen. Het oudergesprek is daarna de plek om te horen of ouders thuis hetzelfde zien, en dat levert vaak het ontbrekende stukje op.
Veelgestelde vragen
Hoeveel tijd kost een goede leerlingbespreking?
Voor een klas van dertig kinderen ongeveer twee uur, mits je vooraf hebt bepaald welke drie kinderen de meeste tijd krijgen. Zonder die verdeling is twee uur te kort en vier uur ook.
Wie zitten er bij een leerlingbespreking?
De leerkracht en de intern begeleider zijn het minimum. De leerkracht van vorig jaar erbij vragen helpt bij kinderen waarover twijfel bestaat, omdat die kan zeggen of het gedrag nieuw is.
Wat noteer je wel en wat niet?
Noteer gedrag dat iemand anders zou kunnen zien, en de afspraken. Noteer geen interpretaties en geen vermoedens over de thuissituatie. Wat je opschrijft, kan een ouder opvragen.
Hoe bereid je een bespreking voor als je de klas net hebt overgenomen?
Doe eerst een ronde korte kindgesprekken en lees daarna pas het dossier. In die volgorde vorm je je eigen beeld, en dat is precies wat de bespreking van jou nodig heeft.
Wat doe je met een kind waarover iedereen het oneens is?
Zet dat kind bij de uitgebreide groep en begin bij de vraag wat er goed gaat. Verschil van mening gaat bijna altijd over de verklaring, zelden over wat er te zien is. Blijf daarom bij het gedrag.
Beginnen bij wat kinderen kunnen
Een kind met een zorg heeft ook een sterke kant, en die is meestal het snelste aangrijpingspunt. De talententest brengt in één les in beeld waar elk kind zijn energie vandaan haalt.
Bekijk de talententest